Blog: Verwijdering en opslag bij ontruiming

Bij een ontruiming is het belangrijk dat er duidelijkheid is over de verantwoordelijkheden rondom de verwijdering en de opslag van de inboedels, zowel over het uitvoeren van deze taak als zeker ook over de kosten die worden gemaakt. Rob Vismans gaat hier op in aan de hand van recente jurisprudentie.

Het is een aantal jaar geleden dat er in Nederland een heftige discussie ontstond over de kosten van verwijdering en opslag van roerende zaken na een gedwongen ontruiming, als ook over de vraag of de afvoer en opslag van deze inboedels wel een overheidstaak is. Het antwoord op de tweede vraag kwam uit de jurisprudentie van destijds. Het werd hieruit al snel duidelijk dat de deurwaarder die belast is met de ontruiming en de roerende zaken op de openbare weg plaatst, uitvoering geeft aan een hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taak. Conform artikel 42 Wetboek van Strafrecht levert dit geen strafbaar feit op. Civielrechtelijk is bepaald dat de ontruiming is voltooid nadat de inboedel op de openbare weg is geplaatst, maar de vraag wie er vanaf dat moment verantwoordelijk is voor de afvoer en opslag bleef nog open. Het antwoord op deze vraag werd gegeven door de Raad van State. Deze oordeelde dat de verhuurder als opdrachtgever van de huisuitzetting als overtreder van dient te worden aangemerkt. Het is dus de verhuurder die de verantwoordelijkheid heeft voor de kosten die de gemeente heeft gemaakt voor de afvoer en eventuele opslag. Kort daarna namen de meeste gemeenten het standpunt in om afvoer en opslag van roerende zaken na de gerechtelijke ontruiming niet meer als hun publieke taak te zien, waardoor het primair een taak voor de verhuurder werd.

Vanwaar deze terugblik? Ik kwam tijdens het doornemen van recente jurisprudentie een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch tegen (ECLI:NL:GHSHE:2016:744). In deze zaak ging het in hoger beroep over een Nederlandse gemeente die als zaakwaarnemer een woonwagen afvoert na gerechtelijke ontruiming van de standplaats. De kosten van afvoer en opslag bracht de gemeente bij de eigenaar van de woonwagen in rekening. Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen (art. 6:198 BW). In desbetreffende casus stelde de eigenaar van de woonwagen dat de gemeente toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van zaakwaarneming, waardoor de gemeente aansprakelijk zou zijn voor ontstane schade. De woonwagen was namelijk na afvoer op het opslagterrein door brand grotendeels verwoest. Zowel de Rechtbank in eerste aanleg als het Gerechtshof in hoger beroep bepaalden echter dat de gemeente niet toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen en had de kosten van afvoer, opslag en vernietiging van de woonwagen terecht van de eigenaar van de woonwagen gevorderd.

Is het dan altijd mogelijk om als verhuurder na een gerechtelijke ontruiming de inboedel te laten vernietigen?  Ja, dit kan zowel terstond na de ontruiming dan wel na opslag. In het eerste geval zal de verhuurder tijdens de ontruiming uiteraard wel rekening moeten houden met de gerechtsvaardigde belangen van de huurder. De ontruiming moet derhalve rechtmatig en zorgvuldig plaatsvinden. In principe dient de verhuurder er dus voor te zorgen dat niets van de inboedel wordt vernietigd, tenzij de waarde van de inboedel kennelijk waardeloos is of in het geval de huurder zelf afstand van zijn inboedel heeft gedaan. In de praktijk zal de verhuurder in nauw overleg met de deurwaarder deze beslissing nemen. De kosten van afvoer en opslag zijn aanzienlijk en dienen volledig te worden voldaan door de huurder voordat hij zijn inboedel terug kan krijgen. Indien de huurder deze kosten niet wil of kan betalen, zal de verhuurder alsnog tot vernietiging van de inboedel overgaan, zonder daarmee zijn zorgplicht als zaakwaarnemer te schenden. De gebruikelijke maximale opslagtermijn voor inboedels is dertien weken.  

Volgens mij is dit een goede zaak voor de verhuurder. Je moet er niet aan denken wat het gevolg zou zijn indien de verhuurder naast de niet betaalde huurpenningen nog meer schade zou moeten lijden.

Rob Vismans

Gerechtsdeurwaarder

Meld je aan

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ongeldige invoer
Ongeldige invoer
Ongeldige invoer